Verticale moestuin: wat kweek je erin en wat komt er bij kijken?

Een verticale moestuin is een toren met plantgaten waar water continu langs de wortels circuleert. Geen aarde, geen onkruid, geen schoffelen. Het klinkt als tuinieren op de makkelijke manier en voor een groot deel is dat ook zo, maar er zijn een paar dingen die je wel moet weten voordat je begint.

Hoe het werkt

Onderin de toren zit een reservoir met water. Een pompje brengt dat water naar boven, waarna het door de toren naar beneden sijpelt en langs de wortels van elke plant komt. Wat niet wordt opgenomen valt terug in het reservoir en gaat opnieuw rond. Omdat het water rondgaat in plaats van in de grond wegzakt, verbruik je er veel minder van dan bij kweken in de volle grond.

De wortels krijgen ondertussen lucht, want ze hangen in de open ruimte van de toren in plaats van in natte aarde. Dat is precies waarom planten in een hydroponisch systeem vaak sneller groeien: water, voeding en zuurstof zijn tegelijk beschikbaar, en de plant hoeft er geen energie in te steken om ernaar te zoeken.

Wat groeit er goed in

Alles wat bovengronds oogstbaar is en niet te zwaar of te diepwortelend wordt:

  • Bladgroenten: sla, spinazie, andijvie, snijbiet, rucola, paksoi. Dit is waar een toren echt in uitblinkt. Van zaad tot oogst in vier tot zes weken, en bij sla kun je blad voor blad blijven oogsten.
  • Kruiden: basilicum, peterselie, bieslook, munt, koriander, oregano, tijm. Munt is een woekeraar, dus geef die een eigen gat en let op dat hij niet alles overneemt.
  • Aardbeien: doen het uitstekend in een toren, en ze hangen mooi over de rand. Kies doordragende rassen als je lang wilt oogsten.
  • Kleine vruchtgroenten: cherrytomaat, paprika, chilipeper, komkommer van het kleine type. Deze hebben wel meer licht en meer voeding nodig dan bladgroen, en ze worden zwaar, dus zet ze in de onderste lagen.

Wat je er niet in moet proberen

  • Wortelgroenten: wortels, aardappels, bieten, knolselderij. De eetbare oogst zit ondergronds en daar is in een plantgat geen ruimte voor.
  • Grote gewassen: mais, pompoen, courgette, kool. Te groot, te zwaar, te veel bladoppervlak.
  • Meerjarige struiken. Een toren is bedoeld voor een teeltseizoen, niet voor iets dat jaren op dezelfde plek staat.

Voeding is geen optie

Dit is het punt waar beginners het vaakst op vastlopen. In de volle grond haalt een plant zijn mineralen uit de aarde. In een hydroponisch systeem is er geen aarde, dus moet alles wat de plant nodig heeft in het water zitten. Kraanwater alleen is niet genoeg: daar zitten wel wat mineralen in, maar lang niet de stikstof, fosfor en kalium die een groeiende plant vraagt.

Je gebruikt dus een hydrovoeding, meestal in twee flessen (A en B) die je apart aanlengt. Bladgroen vraagt een lichtere dosering dan vruchtgroenten. Houd de verpakking aan en ga bij twijfel aan de lage kant zitten: te veel voeding verbrandt de wortelpunten en dat zie je terug als bruine randjes aan de bladeren.

pH: het getal dat je wel moet bijhouden

Planten nemen mineralen alleen op binnen een bepaald zuurgraadbereik. Voor de meeste groenten en kruiden ligt dat tussen 5,5 en 6,5. Zit je daarboven of daaronder, dan zit de voeding wel in het water maar kan de plant er niet bij, en krijg je gebreksverschijnselen terwijl je net hebt bijgevoed.

Nederlands kraanwater is meestal wat aan de hoge kant, rond de 7,5 tot 8. Een simpel druppeltestje of een goedkope pH meter plus een flesje pH-min lost dat op. Controleer een keer per week en na elke keer bijvullen.

Licht

Buiten in het zomerseizoen is daglicht genoeg, mits de toren minstens zes uur directe zon krijgt. Binnen is daglicht vrijwel nooit genoeg, ook niet voor een raam op het zuiden: wat voor ons licht genoeg is, is voor een plant schemer. Wil je binnen kweken of buiten doorkweken in de winter, dan heb je een groeilamp nodig, meestal twaalf tot zestien uur per dag op een tijdklok.

Bladgroen en kruiden komen weg met minder licht dan tomaten en paprika's. Wil je in januari verse basilicum, dan lukt dat. Wil je in januari cherrytomaten, dan wordt het een kwestie van veel lamp en veel geduld.

Onderhoud in de praktijk

  • Wekelijks: waterniveau bijvullen, pH meten en bijstellen
  • Elke twee tot drie weken: het reservoir helemaal verversen en opnieuw voeding aanmaken
  • Elke teelt: pomp en leidingen doorspoelen, plantgaten schoonmaken

Bij elkaar is dat een kwartiertje per week. Minder dan een border van dezelfde opbrengst, maar het is niet nul.

De winter

Buiten staat een toren met water erin, en water zet uit als het bevriest. Loopt het op vriezen uit, dan haal je de toren leeg en binnen, of je zet hem met een groeilamp binnen door. Een bevroren pomp of gescheurde leiding is de enige echte manier om zo'n systeem kapot te krijgen.

Wat je er realistisch uit haalt

Een toren met plek voor 36 planten vol bladgroen en kruiden levert bij goed beheer een doorlopende oogst waar een huishouden van twee tot vier personen dagelijks sla en kruiden uit kan halen. Zet je er cherrytomaten en paprika's in, dan is de opbrengst per plant hoger maar het aantal planten lager en de looptijd langer.

Wat het niet is: zelfvoorzienend worden. Aardappels, uien, bonen en kool teel je in de grond of koop je. Een verticale moestuin is er voor het verse spul dat in de winkel duur is, snel slap wordt en het meeste verschil maakt op je bord.

Bekijk de verticale moestuinen, met modellen van 36, 48 en 60 planten, het metalen onderstel en de groeilamp voor binnen.