Een kunstkerstboom koop je één keer en gebruik je tien jaar of langer. Precies daarom is het zonde om alleen op de prijs te kiezen. Hieronder de vier dingen die het verschil maken tussen een boom die vol en echt oogt en een boom waar je na twee kerstdagen op uitgekeken bent.
1. Hoogte: meet eerst je plafond
De meest gemaakte fout is een boom kopen die net te hoog is. Reken altijd met de hoogte van de boom plus de standaard plus de piek. Bij een standaardplafond van 2,60 meter zit je goed met een boom van 210 of 220 centimeter. Heb je een verlaagd plafond van 2,40 meter, dan is 180 centimeter de veilige keuze.
Staat de boom in een hoek of tegen een muur, dan kun je overwegen om een halve kerstboom te nemen. Die is aan de achterkant vlak en neemt de helft van de vloerruimte in beslag.
2. Het aantal takken zegt meer dan de hoogte
Op elke verpakking staat een aantal takken, ook wel tips genoemd. Dat getal bepaalt hoe vol de boom eruitziet. Een vuistregel voor een boom van 180 centimeter:
- onder de 400 takken: je ziet de stam er doorheen schemeren
- 500 tot 700 takken: normaal gevuld, prima met voldoende ballen
- boven de 800 takken: dicht en vol, je hoeft nauwelijks op te vullen
Kijk daarnaast naar de vorm van de naalden. PVC naalden zijn plat en glimmend. PE naalden worden gegoten in een mal van een echte tak en ogen daardoor natuurlijker, maar zijn duurder. Veel bomen combineren beide: PE aan de buitenkant waar je het ziet, PVC dieper in de boom.
3. De standaard is geen detail
Een metalen kruisvoet met vier poten is stabiel en verdwijnt onder de takken. Een ronde plastic voet is goedkoper maar kantelt sneller, zeker met een kat of een kleine hond in huis. Controleer ook of de boom in delen wordt geleverd die op elkaar steken. Dat maakt opbouwen en opbergen een stuk eenvoudiger dan één stuk dat je moet uitvouwen.
4. Met of zonder verlichting
Een boom met geïntegreerde LED verlichting scheelt je elk jaar een half uur werk en je ziet geen snoeren. Nadeel: gaat er een streng kapot, dan zit je eraan vast en kun je de kleur niet meer wisselen. Kies je voor losse verlichting, reken dan op ongeveer honderd lampjes per 30 centimeter boomhoogte. Voor een boom van 180 centimeter zijn dat dus ongeveer 600 lampjes.
Let bij losse verlichting op de kleurtemperatuur. Warm wit van rond de 2700 kelvin geeft de gezellige, gelige gloed die de meeste mensen met kerst associëren. Koel wit van 6000 kelvin oogt blauwig en klinisch. Staan er twee strengen met verschillende kleurtemperatuur in dezelfde boom, dan valt dat meteen op.
Hoeveel ballen heb je nodig?
Een praktische vuistregel is tien tot vijftien ballen per 30 centimeter boomhoogte, verdeeld over drie maten. Grote ballen onderin en aan de binnenkant, kleine ballen bovenin en aan de buitenste takpunten. Voor een boom van 180 centimeter kom je dan uit op zestig tot negentig ballen. Dat lijkt veel, maar een half gevulde boom is precies waar mensen achteraf spijt van hebben.
Opbergen bepaalt hoe lang hij meegaat
De doos waarin de boom geleverd wordt overleeft zelden drie seizoenen. Een opbergtas voor kerstbomen kost weinig en voorkomt dat de takken plat gedrukt raken of dat er vocht bij komt. Sla de boom op in huis of in een droge schuur, niet in een vochtige kelder.
Kort samengevat
Meet je plafond, tel de takken, kies een metalen voet en bepaal vooraf of je verlichting los of ingebouwd wilt. Doe je dat, dan koop je een boom die er over vijf jaar nog steeds goed uitziet.
Bekijk het complete kerstassortiment met kunstkerstbomen, kerstverlichting en buitendecoratie, of blader door de herfst en winter collectie.