Hondenhok kopen: maat, materiaal en isolatie

Een hondenhok is geen kwestie van hoe groter hoe beter. Een hond verwarmt zijn hok met zijn eigen lichaamswarmte, dus in een te ruim hok krijgt hij het juist koud. Tegelijk moet hij kunnen staan, draaien en languit liggen. Hieronder de maten en de materiaalkeuzes die het verschil maken.

De maten berekenen

Meet je hond staand, van neus tot staartbasis (lengte) en van de vloer tot de schouder (schofthoogte). Dan geldt:

  • Lengte van het hok: lichaamslengte plus ongeveer 15 procent
  • Breedte: ongeveer driekwart van de lengte van het hok
  • Hoogte: schofthoogte plus 10 tot 15 centimeter
  • Opening: ongeveer driekwart van de schofthoogte, en breed genoeg om er comfortabel door te lopen

Voor een middelgrote hond van 60 centimeter lang met een schofthoogte van 50 centimeter kom je dus uit op ongeveer 70 bij 55 bij 60 centimeter. Kleiner dan dat gaat hij er niet in liggen, veel groter en hij houdt het er in de winter niet warm.

Materiaal

Massief hout

De standaard, en terecht. Hout isoleert uit zichzelf, ademt en vervormt niet in de zon. Vurenhout of grenen van minstens 12 millimeter dik, bij voorkeur geïmpregneerd of behandeld met een diervriendelijke beits. Onbehandeld hout gaat een jaar of vijf mee buiten.

Kunststof

Makkelijk schoon te houden en volledig waterdicht, maar isoleert slecht en wordt in de zon warm. Prima voor een hok onder een overkapping of voor tijdelijk gebruik, minder geschikt als vaste buitenplek.

De vier dingen die mensen vergeten

  1. Poten of een verhoogde bodem. Een hok dat direct op de grond staat trekt vocht op en de bodem rot van onderaf weg. Vijf centimeter lucht eronder is genoeg.
  2. Dakoverstek. Zonder overstek loopt regenwater langs de wanden naar binnen en staat de hond in een natte bak. Reken op minstens 5 centimeter rondom.
  3. Een scharnierend of afneembaar dak. Anders moet je op je knieën het hok in om het uit te mesten, en dan doe je het niet.
  4. De opening uit de wind. In Nederland komt de wind meestal uit het zuidwesten. Zet de opening dus naar het oosten of zuidoosten. Een flap of een tussenschot vlak achter de opening houdt de tocht er nog beter uit.

Isolatie voor de winter

Een gezonde hond met een normale vacht redt een Nederlandse winter prima in een goed hok, mits het droog en tochtvrij is. Wil je extra doen:

  • isolatieplaten tussen een dubbele wand, als het hok daarop gebouwd is
  • een dikke laag stro als bodembedekking, geen dekens (die worden vochtig en blijven dat)
  • een flap voor de opening van dik rubber of zeil

Korthaarhonden, oudere honden, pups en zieke dieren horen in de winter binnen, hoe goed het hok ook is.

Kennel of ren erbij

Een hok zonder uitloop is een slaapplek, geen verblijf. Wordt je hond er langere tijd alleen gelaten, dan hoort daar een ren bij waarin hij kan lopen, met schaduw en met water dat niet omvalt. Een buitenkennel met dichte achterwand tegen de wind en een gedeeltelijk overdekt dak werkt in de praktijk het best.

Kort samengevat

Meet je hond en reken de maten uit, neem massief hout van minstens 12 millimeter, zet het hok op poten met een overstekend dak en richt de opening weg van het zuidwesten. Dan heb je een hok dat hij ook echt gebruikt.

Bekijk de hondenhokken, kennels, manden en trappen of het complete dierenassortiment.