Hondenfietskar kopen: waar let je op en hoe went je hond eraan?

Een fietskar geeft een oude, zieke of kortpotige hond zijn uitjes terug, en een jonge hond een manier om mee te gaan op ritten die hij niet kan lopen. Maar een kar die niet past of te snel wordt geintroduceerd, wordt nooit gebruikt. Hieronder wat er toe doet.

De maat berekenen

Meet je hond liggend op zijn zij, uitgestrekt, van neus tot staartbasis. Meet daarna zittend van vloer tot kruin. Dan geldt:

  • Binnenlengte: minstens de liggende lengte plus 10 centimeter
  • Binnenhoogte: minstens de zithoogte, zodat hij rechtop kan zitten zonder zijn kop te buigen
  • Breedte: genoeg om te kunnen draaien en van houding te wisselen

Het maximale draaggewicht staat altijd op de kar. Ga daar niet overheen, ook niet net: het gaat niet alleen om de bodem maar vooral om de wielen en de as bij een stoeprand.

Waar je op let bij de constructie

Wielen

Grote wielen met luchtbanden rollen veel rustiger over stoepranden en klinkers dan kleine plastic wielen. Voor de hond scheelt dat alles: een kar die overal overheen hobbelt is onrustig en daar haakt hij op af. Vanaf ongeveer 20 inch wordt het merkbaar comfortabeler.

Remmen

Een parkeerrem is geen luxe. Zonder rem rolt de kar weg zodra je hem loslaat om de hond erin te helpen, en dat is precies het moment waarop het misgaat. Bij zwaardere honden op heuvelachtig terrein is een handrem op de duwbeugel de moeite waard.

Koppeling

De koppeling zit meestal aan de achteras. Kijk of hij past bij jouw fiets, zeker bij een fiets met naafmotor, schijfremmen of een dikke as. Een goede koppeling heeft een veiligheidslus, zodat de kar bij losschieten niet meteen de weg op rolt.

Veiligheidslijn binnenin

Er hoort een korte lijn met karabijnhaak in de kar te zitten waar je het tuigje aan vastmaakt. Niet aan de halsband: bij een schok is dat de nek van je hond. Altijd een tuig.

Ventilatie en zicht

Gaas aan voorkant en zijkanten, met een regenkap die je erover kunt zetten. Een hond die eruit kan kijken is rustiger dan een hond in een dichte bak. Let er wel op dat de kar niet volledig dicht kan zonder ventilatie, want in de zon wordt het binnen snel te warm.

De regels

Een fietskar achter de fiets is in Nederland toegestaan. Waar je op moet letten: de combinatie mag niet breder zijn dan 75 centimeter, en de kar hoort achter verlichting en reflectie te hebben, net als je fiets. Voor gebruik in het donker is een achterlicht op de kar geen optie maar noodzaak, want je eigen achterlicht wordt erdoor afgeschermd. Regels kunnen per gemeente afwijken voor voetgangersgebieden; kijk dat na als je daar veel komt.

Gewenning: neem er twee weken voor

Dit is waar het meestal misgaat. De kar wordt gekocht, de hond wordt erin getild, en er wordt meteen gefietst. Dan is de kar voorgoed eng. Zo werkt het wel:

  1. Dag 1 tot 3: kar stil in de kamer of tuin, kap open, brokjes erin. Hond mag er zelf in en uit lopen. Niets anders.
  2. Dag 4 tot 6: hond gaat erin liggen voor een maaltijd of een kluif. Nog steeds stil, nog steeds open.
  3. Dag 7 tot 9: kar een stukje duwen door de tuin of de gang, een paar meter, dan weer eruit met beloning.
  4. Dag 10 tot 12: eerste korte ritje achter de fiets, vijf minuten, rustige straat.
  5. Daarna: uitbreiden zolang hij ontspannen blijft liggen.

Zie je hijgen, piepen, krabben of dat hij eruit wil: een stap terug in het schema, geen stap vooruit. Twee weken geduld bepaalt of je hem de komende jaren gebruikt.

Buggy of fietskar

Veel karren zijn omklapbaar tot wandelbuggy. Handig als je hond ook bij het boodschappen doen mee moet, of bij een dierenartsbezoek. Kijk of het omklappen zonder gereedschap gaat, want anders doe je het één keer.

Kort samengevat

Meet je hond liggend en zittend, kies grote luchtbanden en een parkeerrem, maak hem altijd vast aan een tuig en niet aan de halsband, en neem twee weken de tijd voor de gewenning.

Bekijk de hondenfietskarren, buggy's en reismanden of het complete dierenassortiment.